Wanneer het niet waar is
dat er iemand in de wereld is gekomen
die de Naam draagt:
Immanuël
kan niemand leven.
Ik kan niet leven tussen berichten
als er geen bericht is van Hem
niet tussen haat
als er niet gezegd wordt:
alzo lief heeft God de wereld gehad.
Ik kan niet leven met schuld
als er geen komst is
en niet met een lichaam dat vergaat
als ik in Zijn handen geen sleutel weet
die past op de deur van mijn graf.
Ik wil wel bestaan
maar alleen samen:
Jahwe en ik
anders heeft het geen zin.
Mijn jongen studeert
en mijn dochter wil fröbelonderwijzeres worden.
Soms denk ik: waarvoor?
Waarvoor moet je namen van bloemen leren
en waarvoor moet je boetseren met klei?
We gaan in de wildernis
en weldra verliest alle ding zijn naam.
Maar ik zeg tegen mijn jongen: studeer
en tegen mijn dochter: boetseer maar
je doet het nooit voor niets
je doet het voor een koninkrijk
dat komt
voor een woestijn die bloeien zal
als een roos
en voor een wereld die nieuw wordt
onder Zijn handen.
De graven behoeven niet meer bezocht te worden
ook de massagraven niet meer
zelfs het graf van Anne Frank
het behoeft niet meer bezocht te worden.
Er is voor dit kind gezorgd.
Er zal ook voor haar gezorgd worden.
Niet alleen voor haar
ook voor de anderen.
Hun zuchten is gehoord
al hun geschrei
hun tranen zijn begrepen
verstaan is hun laatste snik.
En het antwoord was al gegeven:
Immanuël.
In deze naam moet alles worden meegedacht.
(uit: "Tijd en Teken" van Geert Boogaard)
I asked for Strenght
And God gave me difficulties to make me strong
I asked for Wisdom
And God gave me problems to solve
I asked for prosperity
And God gave me a brain and brawn to work
I asked for Courage
And God gave me obstacles to overcome
I asked for Love
And God gave me troubled friends to help
I received nothing I wanted
But I received everything I needed
Naamloos schooiert liefde langs de wegen.
Die beweegt de zon en alle sterren,
naamloos schooiert liefde langs de wegen
ziet de mensenkinderen al van verre,
zoekt hen op in hun bezeten dromen,
wekt hun rede weer, hervindt hun namen,
temt de stormen van hun vergezichten,
sluit de deur toe achter hun verleden.
Die ons geeft nieuw licht in onze ogen,
ons doet hopen dat nog nooit geziene
nieuwe aarde op de vloed heroverd.
Die in diepe zin-verloren nachten
schenkt een uur van waarheid en genade
hakt bronaders in de rotswand open,
plant een eikenwoud op woeste hoogten.
Die beweegt de zon en alle sterren,
levend woord dat nooit ons zal ontbreken,
aller mensen naam en zielsbeminde
naamloos schooiert liefde langs de wegen
maar vindt in mensen rust en duur,
naakt en veilig - wij die nog leeg zijn
en ongenadig,
halve waarheid, kilte, schemer,
kreupel vuur -
Liefde, neem ons één uur,
dat wij ontvangen, weten.
(uit 'Aandachtig Liedboek' van Huub Oosterhuis)
Als je in je leven een berg tegenkomt die niet wijkt,
en waar je niet overheen of omheen kunt,
maak er dan een goudmijn van.
Ik bad God om kracht zodat ik van alles kon bereiken,
maar ik werd zwak en bereikte nederigheid.
Ik vroeg God om gezondheid zodat ik grotere dingen kon doen,
maar werd ziek en deed betere dingen.
Ik vroeg rijkdom zodat ik gelukkig zou zijn,
maar kreeg armoede en werd wijs.
Ik vroeg om macht zodat mensen mij zouden prijzen,
maar kreeg zwakheid en voelde dat ik God nodig had.
Ik vroeg om alle dingen zodat ik van het leven kon genieten,
maar kreeg het leven en genoot van alle dingen.
Ik kreeg niets waarom ik vroeg,
maar kreeg wat ik echt nodig had.
Ondanks mijzelf werden mijn niet uitgesproken gebeden beantwoord,
onder de mensen ben ik gezegend.
Africanus Anonymus
Uit Geschenk uit Afrika van Otto de Bruijne
Als je met kerst nu eens
niets zou eten,
niets krijgen,
niets geven,
dan ben je solidair
met de armoede,
dat verdomde leven,
onderkant van het bestaan,
ver weg en
niet ver bij jou
vandaan.
Freek Breen.
Heer,
maak mij een instrument van uw vrede
laat mij liefde brengen waar haat is
laat mij vergeven waar schuld is
laat mij verenigen waar verdeeldheid is
laat mij waarheid spreken waar dwaling is
laat mij geloof brengen waar twijfel is
laat mij hoop geven waar wanhoop is
laat mij licht ontsteken waar duisternis is
laat mij vreugde brengen waar verdriet is
O, Heer
laat mij liever troosten dan getroost worden
liever begrijpen dan begrepen worden
Want als je geeft ontvang je
als je verliest krijg je vergeving
en als je sterft
word je geboren in het eeuwig leven.
Amen
Een gedicht van Franciscus van Assisi - anno 1200
eksters bouwen
nesten
hoog in bomen
stichten een gezin
tussen flatgebouwen
resten
vervlogen dromen
van
plus en min
Freek Breen
| 1. Wat bijblijft zijn lachende ogen, wat bijblijft je vrolijk gezicht. Je bidden alleen zoals jij kon. je ogen op Hem toe gericht. | 4. Vergeten je vragende ogen waar zelfs je mama geen antwoord op wist. Het antwoord dat lag ingesloten in uitdrukking van haar gelijke gezicht! |
| 2. Vergeten de pijn van je lijden, door pappa en mama gezien, vergeten contacten naar anderen zo moeilijk te leggen voordien. | 5. Wij mogen dit alles vergeten. Jij hebt er je rol hier vervuld. Een wereld ligt nu voor je open vol mogelijkheden gevuld. |
| 3. Wat bijblijft je levensvervulling want oh joh wat waren we blij dat ondanks je groot onvermogen te handelen, een kind zoals jij! | 6. Je lichaam is daar niet meer nodig. Je geest en je ziel zijn bevrijd. God heeft je bevrijding gegeven ontplooien tot in eeuwigheid. |
Rode roos,
je bent als een duif
brenger van het nieuwe leven.
Rode roos
ontluik!
zodat ik je in de herfst
kan geven
als een nieuwe lente
voor iemand die troost nodig heeft.
Bert van der Klis
Emmen
Hij alleen zou met een grote sigaar
in de mond op straat mogen lopen,
met de duimen in zijn vest,
want Hij is God.
Maar Hij doet het niet
want Hij is God.
J.B. Charles
Licht in onze ogen
dagelijkse zon
uitzicht veelbelovend
glimlach om Gods mond
vrijheid van beweging
richting die wij gaan
ruimte om te leven
zin van ons bestaan
brood op onze tafel
herder die ons hoedt
bron van levend water
land van overvloed
hart van deze aarde
dak boven ons hoofd
blijk van Gods genade
broeder, huisgenoot
vrede allerwegen
kracht die ons vervult
hand van God die zegent
Jezus ons geluk.
Hans Bouma
Je hoeft voor mij echt niet volmaakt te wezen,
Ik heb je lief, gewoon zoals je bent.
Al heb je heus wel fouten en gebreken,
Die zijn ons immers allebei bekend.
Ik ben ook niet volmaakt, hoe zou dat kunnen
Karakterfouten blijven er altijd.
Als je maar probeert er niet aan toe te geven,
En telkens opnieuw er tegen strijdt.
We bidden elke avond om vergeving,
En elke morgen weer om nieuwe kracht.
Om liefde voor elkaar, en onze kinderen
Die we met Gods hulp hebben grootgebracht.
Er kan nog zoveel goeds zijn in het leven
Juist kleine dingen maken het soms fijn.
Als je maar leert, elkaar te accepteren
Hoef je voor mij echt niet volmaakt te zijn.
uit Open Armen van M. Koffeman-Zijl
Groetjes,
Krijnie en Bert Vuyk
Vader,
geef mij licht in mijn handen
om uit te delen,
licht in mijn ogen
om een lach te ontlokken,
licht in mijn oren
om Uw stem te vernemen,
licht op mijn tong
om een vuur te ontsteken,
licht in mijn hartstocht
om liefde te zijn,
licht in mijn denken
om Uw dag te zien dagen,
licht op mijn schouders
om vrede te dragen,
licht op mijn hoofd
om een teken te zijn,
licht in mijn lied
om Uw goedheid te eren,
licht in mijn tranen
om mensen te troosten,
licht in mijn hart
om een licht te zijn.
Jaap Zijlstra
Ik kom niet van Jou weg, mijn God
en Jij, Jij niet van mij.
Onontkoombaar, dat ben Jij
steeds weer ontmoet Jij mij
slechts soms ontmoet ik Jou....
De veel gestelde vraag
Hé God, waar ben Je nou!
is mij wel bekend
ik roep zo vaak naar Jou, mijn God
vast niet zo vaak als andersom.
Soms ben ik heel boos op Jou
soms heb ik zo'n pijn
dan roep ik, dan schreeuw ik
dan gil ik om Jou!
Hóór Jij wel naar mij
Het lijkt wel, of Jij niet bestaat
Hé God, waar bén Je nou
zo roep ik, zo schreeuw en gil ik
totdat ik merk;
ik voel me thuis bij mij
óf moet ik zeggen thuis bij Jou
doe Jij dat ben Jij dat
Hé God, ik vóel Je
en dat bevalt me
dankjewel
Uit de bundel Kwetsbaar ben ik van Hilda Luken
Hartelijke groeten, Gré Zaadhof
De wijze woorden en het groot vertoon
de goede sier van goede werken
de ijdelheden op hun pauwentroon
de luchtkastelen van de sterken
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven
hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken.
Zijn woord wil deze wereld omgekeerd
dat lachen zullen zij die wenen
dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft
dat dorst en honger zijn verdreven
de onvruchtbare zal vruchtbaar zijn
die geen vader was zal vader zijn
mensen zullen andere mensen zijn
de bierkaai wordt een stad van vrede
Wie denken durft dat deze droom het houdt
een vlam die kwijnt maar niet zal doven
wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt
al komt de onderste steen boven
die zal kreunen onder zorgen
die zal vechten in't verborgen
die zal waken tot de morgen dauwt
hij zal zijn ogen niet geloven.
Huub Oosterhuis
© Gooi en Sticht, Baarn
In de kring van het leven
is ieder mens uniek!
Delen we de zorg
voor elkaar.
In de kring van het leven
ontstaat het contact,
de reflexie,
autonoom zijn.
In de kring van het leven
ontstaat het spelen van een spel,
het bespelen van elkaar
in al onze veelkleurigheid.
In de kring van het leven
ontstaat een kunstwerk
dat wij geven
als blijk van waardering.
In de kring van het leven
ontstaat verwondering
over lucht, licht, water en vuur
energie!
In de kring van het leven
kijken we elkaar recht in de ogen
een beeld dat ons raakt
en ons tekent zoals wij zijn.
Bert van der Klis
23 juni 2005
Dit is uw orgel Heer, dit is uw kerk.
'k loop zomaar binnen Heer, net van m'n werk.
Niet voor de priester Heer, of 't antiek,
ik kom alleen maar Heer, voor de muziek.
Is het bezwaarlijk Heer, dat ik hier zit,
Maakt het wat uit, o Heer, dat ik niet bid.
'k Ben niet hervormd of zo, niet katholiek.
Ik kom alleen maar Heer, voor de muziek.
Ik kom hier vaker Heer, haast elke week.
Nooit bij een zondagsdienst, nooit voor een preek,
Als je alleen bent Heer, zonder publiek
nou, dan geniet je meer van de muziek.
Ik had een rotdag Heer, 't lukte niet best.
'k Werd door collega's Heer, ook nog gepest.
't Komt door het orgel Heer, door uw trompet.
Ik kwam haast ongemerkt tot een gebed.
En voor het eten, 's middags, werd de zegen
gevraagd van 'Vader, die al 't leven voedt',
en die zo trouw 'ons spijzigt met het goed'
dat wij wèl 'van Zijne milde hand verkregen'.
Hij gaf de zon, en, als 't moest zijn, de regen;
en deden we onze plicht met vroom gemoed,
en leerden braaf en waren altijd zoet,
zou Hij ons leiden op al onze wegen.
En vlak na 't bidden praatte je niet hard
't was of een heel fijn, een heel prachtig ding
rondom het eten over tafel hing
en dankbaar was ik dan met heel mijn hart,
dat we zo prettig bij elkander zaten;
behalve 's maandags, als we zuurkool aten.
J.A. dèr Mouw
Het licht der wereld
Aan het begin van deze viering
steken wij de paaskaars aan,
als teken van het licht
Licht der wereld
Vrede-licht.
Teken van verzoening
tussen God en mensen
zoals wij hier zitten
in de kerk
huis van God
huis waar wij allen samen komen.
Moge de God van Vrede
Licht geven in deze donkere wereld.
Als lichtpunt,
Perspectief,
om samen zingend te leren
en te ervaren
dat Hij aanwezig is,
door het licht van de kaars.
Jezus Christus,
opgestaan,
verrezen!
Vredevorst,
warm aanwezig....
altijd in beweging
lichtverspreider,
een nieuw begin.
Kaars jij mag branden,
het hele kerkelijk jaar
tot je met je eigen verhaal
met Pasen weer plaats maakt
voor een nieuwe kaars.
Tot Jezus terugkomt
en een symbool van licht
werkelijkheid wordt
tot in lengte van jaren.
Amen
Bert van der Klis
Emmen
Ik probeer voor jou te bidden,
maar ik voel dat het niet gaat.
Want hoe kan een God dit toestaan,
als Hij werkelijk bestaat
Met mijn ingehouden woede
zoek ik naar een sprankje licht
en in eindeloze twijfel
doe ik dan mijn ogen dicht.
En terwijl ik me dan afvraag
God wat heeft dit nou voor zin
Denk ik Zit ik nou te bidden
tegen beter weten in
't Leven sloeg een eigen weg in
niet de weg die jij verkoos.
Een weg naar het onbekende,
maakt het leven kwetsbaar, broos.
Ook al lijkt die weg verlaten,
zie je niemand om je heen.
Voel de liefde van de mensen,
want je loopt heus niet alleen.
En de sporen die je nalaat
naar bestemming onbekend,
laten zien aan je geliefden
dat je heel erg dapper bent.
Ik probeer voor jou te bidden
en voel dat het moeizaam gaat.
Ik weet echt niet of het helpt,
maar het kan toch ook geen kwaad
Dan voel ik de woede zakken
en ik word van binnen kalm.
Ondanks machteloze twijfel
grijp ik toch die laatste halm.
Ik vraag God om jou te helpen,
waar de weg je ook toe leidt
en bewonder door mijn tranen
steeds jouw grote dapperheid
Nu we jou los moeten laten
wil ik als jij Dapper zijn.
Maar nu zelfs die halm geknapt lijkt
voel ik mij ontzettend klein.
Toch weet ik, heel diep van binnen
Achter 's mensen horizon,
staat jouw naam in gouden letters
bij een liefdevolle Bron.
Die je hand pakt en je troostend
warmte, rust en vrede geeft.
Waar wij hopend op vertrouwen
als jij verder in ons leeft.
Gedicht van Hans Cieremans uit "Even alleen met God"
Ingezonden door Greet Drijver-van der Plas